Leerlingen met 'rugzak' niet goed geholpen
Leerlingen met een handicap, ziekte of stoornis kunnen een subsidie krijgen om de nodige (extra) zorg in te kopen voor hun kind in het onderwijs. Dit zogenaamde ‘rugzakje’ moet het voor ouders, leerlingen en onderwijsinstellingen makkelijker maken om zorg op maat te bieden.
In de praktijk blijkt dat de rugzak nog op
veel problemen stuit. Onderwijsinstellingen en ouders kunnen het
vaak niet eens worden over de besteding van het geld of een
onderwijsinstelling doet helemaal niets. De Advies Commissie
Toelating en Begeleiding (ACTB) overhandigde begin november nog een
rapport aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
waarin deze misstanden aan de kaak werden gesteld. Maar hoe ernstig
zijn de problemen voor de ouders van deze ‘zorg’-leerlingen
eigenlijk? En hoe zit het met de notitie van onderwijsminister Van
der Hoeven waarin ze haar plannen voor 2010 onthult? Moeten ouders
van leerlingen met een rugzakje nu blij zijn of niet?
Doorsturen |
Print/pdf |
-
Ik werk als onderwijsassistent op een Jenaplanschool en ik begeleid een jongetje met down syndroom. Dit in het kader van het rugzakje. Het aantal uren dat beschikbaar is is zo beperkt dat ik me kan voorstellen dat scholen aarzelen als ze een kind met rugzakje toelaten. Dit jongetje red het met 8 uur per week net. Andere kinderen zullen vaak meer hulp nodig hebben omdat ze anders tussen wal en schip vallen. Ik hoop dat de minister daar eens goed naar wil kijken want dit geldt natuurlijk niet alleen voor kinderen met down syndroom. Kinderen met een verwijzing naar het speciaal onderwijs toelaten tot het reguliere onderwijs is heel goed, maar dan moet er wel voldoende begeleiding beschikbaar zijn.



