MRSA rukt op in veehouderij
Voor onszelf zijn we er terughoudend mee; een antibiotica-kuurtje. Huisartsen schrijven het niet snel voor. Maar in de veestapel is het een ander verhaal: uit cijfers van de branche zelf blijkt dat veehouders de laatste twee jaar weer meer antibiotica voor hun dieren gebruiken.
Uit onderzoek blijkt dat het
gebruik van antibiotica in de veehouderij in 2006 met 7 procent is
gestegen. Minister Verburg van LNV vindt deze toename zorgwekkend
en komt met een maatregelenpakket om het antibioticumgebruik aan te
pakken. Ook het Rijksinstituut voor de volksgezondheid waarschuwde
vorig jaar nog voor het gebruik van deze medicijnen. Volgens het
RIVM zou het antibioticagebruik in de veehouderij de oorzaak kunnen
zijn van een besmetting met MRSA, de gevaarlijke
ziekenhuisbacterie. Hoe gevaarlijk is deze nieuwe bacterie uit de
varkensstal voor de volksgezondheid?
Doorsturen |
Print/pdf |
-
Elke keer tijdens reportages over dierenleed of misstanden bij de behandeling van dieren die voor de consumptiemarkt gefokt worden, krijg ik het gevoel dat ik als consument de schuld hiervan in mijn schoenen geschoven krijg. Want tijdens elke reportage valt wel ergens de opmerking dat de misstanden worden veroorzaakt doordat het ‘productieproces’ zo goedkoop moet worden gehouden omdat de consument niet bereid zou zijn te betalen. Dit kwetst mij. Ondanks dat ik vlees eet, ben ik wel degelijk begaan met het lot van de dieren. En ik denk dat met mij, vele consumenten bereid zijn om een faire prijs te betalen voor hun vlees. Uiteraard wil een consument niet meer geld voor zijn boodschappen kwijt zijn dan nodig is. De consument kan echter niet beoordelen hoeveel nodig is. Supermarkten beconcurreren elkaar zo erg op lage prijzen dat sommige producten niet meer redelijker wijs geleverd kunnen worden tegen die prijs en hierdoor ontstaan misstanden. Maar dit weet de consument vaak niet. En consumenten die bereid zijn te betalen voor een goede behandeling van de dieren die ze consumeren, krijgt hiertoe vrij weinig mogelijkheden. Het is vrij lastig om van het vlees dat je in een supermarkt kunt kopen te beoordelen of de integriteit van de dieren waarvan het afkomstig is is gerespecteerd, en vaak is er geen of heel weinig mogelijkheid om expliciet en bewust te kiezen voor zo’n product. Om er zo zeker mogelijk van te zijn dat het dier dat je eet een fatsoenlijk leven heeft gehad, moet je al snel naar een biologische slager. Maar die moet je maar net in de buurt hebben. In mijn persoonlijke geval denk ik dat mij op dit punt hooguit gemakzucht of luiheid te verwijten valt, omdat ik heb geen zin en soms ook geen tijd om naast mijn bezoek aan de supermarkt ook nog eens de halve stad door te fietsen voor een ‘fatsoenlijk’ stukje vlees.



