Nabestaande gifgasaanval Halabja eisen schadevergoeding

Nabestaanden en slachtoffers van de gifgasaanvallen door Saddam Hussein op Halabja willen een schadevergoeding van de Nederlandse zakenman Van Anraat. Hij is namelijk verantwoordelijk voor het leveren van de chemicaliën aan Irak die deze gifgas aanvallen mogelijk maakten. Vandaag dient de rechtszaak.

De groep slachtoffers van de mosterdgasaanvallen in Irak en Iran eist in totaal 375.000 euro schadevergoeding van de veroordeelde Nederlandse zakenman. Het gaat in totaal om vijftien benadeelden die per persoon een claim van 25.000 euro hebben neergelegd.

De rechtbank in Den Haag behandelt de eisen voor schadevergoeding maandag. De vijftien betrokkenen willen compensatie van de handelaar, omdat Van Anraat in de jaren tachtig op grote schaal chemicaliën aan het regime van Saddam Hussein leverde.


Dat regime in Irak gebruikte de stoffen voor het maken van het giftige mosterdgas dat tijdens bombardementen werd gebruikt. Van Anraat kreeg daarvoor in Nederland een gevangenisstraf van 16,5 jaar.


Veel van de slachtoffers zijn door de gifgasaanvallen blijvend invalide geworden. Zij lijden onder meer aan ernstige longbeschadigingen, blindheid, huidaandoeningen en ademhalingsklachten. Vaak hebben slachtoffers daarnaast veel familie verloren door de bombardementen.


Het gerechtshof in Den Haag constateerde dat de Nederlander ,,uit grof winstbejag'' handelde en de gevolgen daarvan heeft genegeerd. Ook liet hij nooit blijken dat hij enig besef van schuld had en toonde hij ,,geen deernis met de vele slachtoffers'', meenden de rechters.


Saddam Hussein zette in de jaren tachtig op grote schaal bommen met het gifgas in tegen de Koerdische bevolking in Noord-Irak. Tienduizenden burgers stierven daardoor op gruwelijke wijze of raakten zwaargewond.


Ook gebruikte de toenmalige dictator het dodelijke gas tijdens de oorlog in Iran. Het gebruik van mosterdgas is internationaal verboden.