Tachtig jaar geleden voer hij stiekem mee op vrachtschepen vanuit China om zich in Nederland te vestigen: de wolhandkrab. Waterschappen en biologen waren niet blij met zijn komst, het harige krabbetje beschadigde dijken en verstoorde de natuurlijke balans in de rivieren. Ook vissers hadden last van de krab, die met zijn scharen hun palingnetten kapot knipte.
Dat het beestje eetbaar is, kwam niet in ons op. De wolhandkrab is harig en er zit weinig vlees aan. In China daarentegen likken ze hun vingers erbij af. Het beestje wordt daar beschouwd als een delicatesse, die tijdens gezellige etentjes met een glas wijn wordt leeggeslurpt.
LEI Wageningen University and Research heeft nu onderzoek gedaan naar de wolhandkrab en zijn afzetgebieden en komt tot de conclusie dat het hoog tijd is om met andere ogen naar deze ongewenste exoot te kijken. Want voor de Nederlandse vissers, die het al niet makkelijk hebben, zou de wolhandkrab zelfs een potentieel goudmijntje kunnen zijn.