Daar sta je dan. 'Ben je al zenuwachtig'? 'Weet je al wat je aantrekt'? In aanloop naar DE dag leeft iedereen enorm met mij mee. Ik was niet zenuwachtig, voelde hooguit een gezonde spanning. Maar nu me tientallen keren is gevraagd of ik niet zenuwachtig ben, begin ik het toch enorm te worden. 

Wat nou als ik tijdens een stil moment in de ceremonie ineens ontzettend hard moet niezen? Dat ik struikel over de rode loper? Of dat ik geheel tegen mijn natuur en totaal uit het niets een niet te onderdrukken neiging krijg om heel hard 'Leve de republiek' te roepen? Zenuwachtig laadt niet meer de dekking.

Nachten lig ik er al wakker van. Wat ik aantrek hangt al meer dan een week klaar op een hangertje. Maar als na het plassen ineens de broekrits niet meer dicht wil? Naaisetje dus maar mee. Of dat er in de bus koffie wordt geschonken en dit over mijn overhemd gaat? Reserveoverhemd mee. Een extra stropdas. Een heel reservepak? Maar als ik met een hele reiskoffer aankom waar een snelkookpan in zou passen, zal de beveiliging dat niet verdacht vinden? En ik weet van mezelf dat ik me extra verdacht gedraag als ik bang ben dat de beveiliging denkt dat ik verdacht ben. Wat doet een mens zichzelf eigenlijk aan?

Ik wil heel graag bij dit historische moment zijn. Mijn hele leven al volg ik het koningshuis op de voet. Ik zal het maar bekennen; ik was ooit het jongste bestuurslid van een Oranjevereniging in Nederland. Heb zelfs de oprichtingsakte nog ondertekend. Bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima zat ik met betraande ogen voor de TV. Natuurlijk weet ik ook dat een monarchie met erfopvolging niet van deze tijd is. Niet democratisch ook. Het zal mijn romantische hang naar sprookjes wel zijn. En het zit in mijn genen; mijn bet-over-over-over-over-grootvader is gestorven op het schavot omdat hij een dronken oranjeklant die zwaaiend met een oranje sjerp het Wilhelmus liep te zingen (niet echt handig in de Franse Tijd) met geweld uit het gevang had proberen te bevrijden.

De plek waar we wonen ademt oranje; ik kijk uit op de trap waar Koningin Emma als enige gebruik van mocht maken als ze ter kerke ging. De achtertuin grenst aan de plek waar in 1816 de toenmalige Prins van Oranje en de latere Koning Willem II prijzen uitreikte bij een paardenharddraverij voor boerenjongens. Zijn arm nog in het verband vanwege zijn verwondingen opgelopen bij de Slag om Waterloo. Bij de overburen werd in de jaren '70 kleding ontworpen en gemaakt voor Juliana en de prinsessen. En last but not least, in ons huis zou Koning Stadhouder Willem III enige malen hebben overnacht toen hij Jachtslot Soestdijk liet verbouwen tot Paleis.

En dus wil ik naar de inhuldiging. Dat willen natuurlijk wel meer mensen maar ik stuurde een mail naar de Commissaris van de Koningin. Met dit hele verhaal, 'kansloos misschien, maar voor mij toch de moeite waard' schreef ik hem. En toen stond een paar weken later ineens de secretaresse van de Commissaris van de Koningin op mijn voicemail. Dat ik voorgedragen zou worden. Ongelooflijk! Daarna kreeg ik een brief waarin mij werd gevraagd om mee te werken aan een screening.

Uiteraard gaf ik toestemming met als gevolg dat ik wekenlang zenuwachtig controleerde of ik echt geen openstaande boetes had en niets meer durfde te twitteren. Opgelucht viste ik weken later de uitnodiging van de mat. Een prachtige kaart van handgeschept papier met gouden letters. Het stond er echt; ik ben uitgenodigd om bij de inhuldiging en plechtige beëdiging te zijn. Waarschijnlijk zit ik achter drie pilaren en een preekgestoelte, maar dat maakt niet uit. Ik ben erbij, door regen en wind.

Op 30 April breng ik via twitter een live verslag van de dag, problemen met bereik en telefoon-uit-in-kerk-policy voorbehouden.