In de jaren vijftig namen reizigers vanuit China het plantje mee omdat ze het zo mooi vonden. Inmiddels wordt de schoonheid van de plant overschaduwd door de minder prettige eigenschappen: de plant is een genadeloze moordenaar voor andere planten en kan bij mens en dier pijnlijke brandwonden veroorzaken. 

In Nederland hadden we hem al: de Berenklauw, vanuit China kwam de Reuzenberenklauw. En deze laatste veroorzaakt dus als “de grote woekeraar” in grote delen van het Nederlands landschap een probleem. Het groen efficiënt met chemische middelen te lijf gaan mag uiteraard niet meer. Het moet anders: maaien is slechts een tijdelijke optie omdat hij altijd weer terugkomt, uitgraven is veel werk, hoe dan wel? Harry Kloosterman vond een oplossing en gaat in opdracht van onder meer Staatsbosbeheer aan de slag.

Volgens boswachter Liesbeth van de Berg blijft het niet alleen bij de Reuzenberenklauw: de Japanse Duizendknoop en andere exoten vormen een toenemend probleem. Waar deze planten allemaal vandaan komen? Volgens Roel Westendorp van de Amsterdamse Hortus is het ook te wijten aan de verzameldrang van de hortussen in Europa. Een hortus is immers altijd op zoek naar exotische planten, en hebben deze in het verleden in Europa geïntroduceerd, niet beseffend dat sommige planten niet zo onschuldig zijn als ze lijken.