Vriendschappelijke wedstrijd tussen het Nederlands elftal en Ivoorkust

Vroeger had ik een coach die weleens zei: ”Het winnen van vriendschappelijke wedstrijden is als het krijgen van een kus van je zuster… Lief, maar wat verder?” De kus die de spelers van Oranje na de brede 5-0 tegen Ivoorkust verdienden, hield ook meteen in: wat verder?

Het was inderdaad: op een mooie Pinksterdag.

Gingen madeliefjes plukken, eendjes voeren, eindeloos. Kijk nou toch je jurk wordt nat, je handjes vuil en opa boos.

Ik was in gezelschap van veel familie en de tafel was lang en stond voortdurend vol met eten en drinken. De kinderen speelden, renden in hun nakie en waren met waterpistolen bezig of probeerden op stelten te lopen en binnen stond de televisie aan. Niemand keek naar het voetbal.

Nederland-Ivoorkust. Iemand vroeg: “Waar spelen ze eigenlijk?” Stilte en: “Geef de sla even door en ik denk in Rotterdam, maar het kan ook Eindhoven zijn.” Zo’n groep mensen dus.

Het grote, tevreden gezelschap leefde met werkelijk een sub-zero gevoel voor het Nederlands elftal, de ploeg van de trouwe Fred Grim die nu, vanaf heden, zelf thuis op de bank mag gaan zitten en de werkzaamheden van het op voorhand al uiterst curieuze kermis duo Dicky & Ruudje mag gaan bekijken. Als hij daar al zin in heeft.

Kijk, al dat gedoe bij de KNVB, al dat jongleren met woorden zonder welke betekenis dan ook van Hans van Breukelen en kompanen, heeft van Oranje een bijna lachwekkend clubje oudere sportjongens gemaakt, zonder dat de spelers daar iets aan kunnen doen. 

Ben je bang voor het hondje, hondje bijt niet. Papa zegt dat hij niet bijt. Op een mooie Pinksterdag met de kleine meid.

Soms, als iemand gekoelde wijn of andere bakken en schalen met heerlijkheden uit de keuken ging halen, stond die iemand heel even stil en keek naar het boze blauwe oog.
Bij terugkomst aan van gezelligheid ronkende tafels vroeg een neef: “En?” Het antwoord was: “Doelpunt Nederland, denk ik”.  Wedervraag: “Wie?” Antwoord:” Geen idee, iemand…”

Hebt u dat nou ook meneer, jawel meneer. Precies als iedereen.

Het spelen van oefeninterlands van dit Oranje is hetzelfde als het graven en maken van een zandfort aan de vloedlijn op het strand. Een kwartier na opkomst van het water zie je niets meer. Weggespoeld.

Iemand komt met bier en wijn onder de armen terug en zegt: ”Weer een doelpunt.”
Niemand reageert; het gaat over hele andere zaken aan tafel: opvoeding van de kids, de eventuele overgang van Peter Bosz naar iets Duits, Trump en het klimaat, hoe echt of hoe leuk is een safari in Zuid-Afrika en het innemen van Diclofenac.

Vader is een hypocriet. Vader is een nul. Vader is er enkel en alleen maar voor de centen en de rest is flauwekul

Het maken van de onvermijdelijke familiefoto levert, uiteraard, gelach en plezier op als de fotograaf de zelfontspanner loslaat en zich gepast snel bij de andere twintig Smeetsen en aanverwanten komt melden. Say cheese. 

De kinderen juichen, ik heb licht kramp in het linkerbeen vanwege een iets te vlot ingezet badminton-partijtje. Iemand zegt ineens: “5-0, maar wie zijn die anderen eigenlijk?” Een ander grapt “Finland toch”.

Ik wou dat ik nog een keer met mijn dochter aan het handje lopen kon. Op een mooie Pinksterdag, samen in de zon.

In plaats van mijn dochter, is het mijn kleindochter. Hand in hand lopen we door de kamer. “Kijk je niet naar voetbal, Opi? Vraagt ze. Opi schudt zijn hoofd. Zij zegt zelfbewust, want al zeven: “Dat is Nederland in het Oranje.” Opi vraagt: “En wie is de witte ploeg?” Zij kijkt even naar de buis en zegt: ”Andere meneren.”

Zou je tegen alle grote jongens willen zeggen “handen thuis en lazer op.”

Zo’n wedstrijd dus.

Later, op de terugweg, in de auto, hoor ik pseudo-serieuze nabeschouwingen of pogingen daartoe. Potsierlijk zijn ze, maar dat begrijpen de betrokken lieden zelf hopelijk ook. Er is 348 maal gewisseld, begrijp ik. Cillessen moet op doel tegen Luxemburg, hoor ik. Wesley zal vrijdag wel op de bank beginnen. Wat een ge-ouwe-hoer om werkelijk helemaal niets.

Vader was een mooie held, vader was de baas.

Ver weg zakt de zon aan de einder; de snelweg ligt er tevreden bij; het is het slot van een magnifieke middag en vroege avond.

’t Kan van de behanger zijn of van een Franse zanger zijn of iemand uit Den Haag.

Ik denk niet dat Leen Jongewaard ooit naar vriendschappelijke voetbalwedstrijden heeft gekeken of geluisterd. Dat hoop ik althans ernstig.