Controle maximaal aantal donorkinderen per donor faalt

Een zaaddonor kan in Nederland makkelijk meer dan het maximum van 25 kinderen verwekken en hiervoor is geen landelijke controle. Dat blijkt uit een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) dat vandaag verschijnt.

Individuele klinieken en ziekenhuizen hanteren zelf wel een maximum van het aantal verwekte kinderen, maar nergens kunnen behandelaren opvragen of de zaaddonor ook elders doneert. Het maximale aantal van 25 kinderen is dus eenvoudig te omzeilen. 

Het gevolg is dat er, als honderden kinderen dezelfde donor hebben, mogelijk relaties kunnen ontstaan tussen donorkinderen zonder dat zij weten dat zij familie van elkaar zijn. Het is bekend dat kinderen die ontstaan uit relaties tussen (half)broers en zussen een hogere kans hebben op genetische afwijkingen.

200 kinderen

Eerder verklaarde een zaaddonor in EenVandaag dat hij naar schatting 200 kinderen heeft verwekt. Hij had de meeste kinderen verwekt via Medisch Centrum Bijdorp van dokter Jan Karbaat in Barendrecht. Deze dokter bleek zijn administratie totaal niet op orde te hebben. Vrouwen kregen gegevens van donoren mee die later, na een match en een DNA-test, helemaal niet bleken te kloppen.

Kijk hier die reportage terug.

De inspectie heeft naar aanleiding van de misstanden bij deze spermakliniek in Barendrecht zeventien andere fertiliteitsklinieken onderzocht. Hun administratie is wel op orde, concludeert de IGZ vandaag. 'De gegevens van donoren zijn goed te traceren en de zorg is kwalitatief grotendeels op orde', schrijft hoofdinspecteur Ronnie van Diemen. 

Toch zijn er wel degelijk zorgen. Opvallend is bijvoorbeeld dat de onderzochte IVF-klinieken en zaadbanken verschillend met het gedoneerde zaad omgaan. Bij een donatie van een niet eigen partner moet het zaad herhaaldelijk getest worden. Daarbij moet het zaad ingevroren worden voor een quarantaine periode, zo schrijft Europese wetgeving voor. Maar lang niet alle Nederlandse klinieken houden zich hier aan. Ze maken gewoon gebruik van ‘vers’ aangeleverd zaad.

Klinieken denken ook heel verschillend over het gebruik van sperma uit het buitenland. Sommigen wijzen het resoluut af omdat de gegevens van de buitenlandse donoren soms te summier zijn, waardoor het kind later moeilijk zijn donor kan vinden. Andere klinieken maken juist graag gebruik van het zaad, vaak afkomstig uit Denemarken en Duitsland, omdat de wachtlijst hierdoor sterk wordt verkort.

De officiële organisatie die donorgegevens bewaart, de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting, maakt zich zorgen over het zaad dat wordt geleverd door buitenlandse vruchtbaarheidsklinieken. De Deense banken leveren namelijk ook aan andere landen en het zaad wordt zo in korte tijd aan meerdere vrouwen gegeven. Er is onvoldoende zicht op hoeveel zwangerschappen er met het zaad ontstaan. 

Het volledige rapport kunt u vinden op de site van de inspectie, www.igz.nl.