niet on-air
ma t/m za 18:15 uur Nederland Nederland 1

Verkiezingsdebatten: spreken is goud

Verkiezingsdebatten: spreken is goud

Tot de voorverkiezingen die begin januari plaats zullen vinden zijn er geen nieuwe debatten meer. Wie de laatste twee uit Iowa gezien heeft – ze waren twee weken geleden op een schappelijk moment op CNN live te volgen – kon zelf waarnemen dat het nauwelijks meer op een debat leek. Nog even voorbijgaand aan het uitzendtijdstip, want als wij midden in de avond kunnen kijken, dan is het in Iowa ergens in de middag. Huisvrouwenpubliek. Maar debatten, zeker in voorverkiezingstijd, lijken meer op gezamenlijke persconferenties dan op debatten. Ruimte voor… tsja… debat, is er niet meer.


Vroeger was alles beter. Nee hoor, debatten in het voorverkiezingsseizoen zijn eigenlijk nooit bijzonder geweest. De twee debatten in Iowa waren voor dit seizoen zelfs heel erg tam. Er is wel eens feller gedebatteerd. Maar het format was altijd heilig en met veel kandidaten op het podium was er dus weinig tijd voor elke kandidaat. Bovendien wilde de organisatie van het debat ook nog eens de kandidaten die bovenaan in de peilingen stonden, vaker aan het woord laten, terwijl de kandidaten onderin de peilingen juist graag meer het woord wilden voeren omdat dat voor hun de uitgelezen mogelijkheid was om hun standpunten voor het voetlicht te brengen.


Ernstig tegengestelde belangen dus. Resulterend in een bijrol voor kandidaten als Ron Paul en Tom Tancredo bij de Republikeinen en Dennis Kucinich en Mike Gravel bij de Democraten. Komen zij in het nieuws dan is het omdat zij in die paar minuten of delen van minuten tijdens de debatten iets grappigs zeggen. Een serieuze opmerking haalt het journaal niet. Soms halen de kandidaten zelfs het podium niet. In Iowa zagen we bij de Democraten niet de eerder genoemde Kucinich en Gravel, de eerste omdat zijn campagne in Iowa niet vanuit een gehuurd kantoor werd gerund maar vanuit het woonhuis van de campagneleider. Republikein Alan Keyes stond opeens wel op het podium. De kijkers en waarschijnlijk ook een deel van de andere kandidaten kwamen er toen pas achter dat Keyes ook kandidaat was. Ze zagen en hoorden ook meteen waarom Keyes het nooit zal gaan redden.


Wat sommige kandidaten in het voorverkiezingstraject buiten het tv-licht houdt, houdt kandidaten van derde partijen en onafhankelijke kandidaten uit het zicht tijdens de debatten in de landelijke campagne. De Commission on Presidential Debates heeft inmiddels de locaties van de drie landelijke presidentsdebatten en dat van de vice-presidentskandidaten al bekend gemaakt. De campagneteams van de uiteindelijke kandidaten mogen nog ruzie gaan maken over de date, de vorm en de inhoud. En over wie ze allemaal weg willen houden van het debat.


De Commission on Presidential Debates klinkt heel deftig, maar bestaat uit vertegenwoordigers van de Republikeinse en Democratische partij. Vroeger organiseerde een organisatie als de League of Women Voters landelijke debatten, maar zij warne onafhankelijk en stelden eisen waaraan de kandidaten helemaal niet wilden voldoen. Dus werd de Commission opgericht, om de debatten in goede banen te leiden. Dat betekende dus ook dat er allemaal lastige regeltjes werden opgesteld waardoor het voor kandidaten van derde partijen, denk aan Ralph Nader, vrijwel onmogelijk werd gemaakt om deel te nemen. Het hoogst haalbare was doorgaans dat een derde kandidaat toch op kwam dagen bij het debat en dan door de politie als persona non grata werd afgevoerd, voor het oog van de smullende pers.


Over de vorm wordt ook graag gesteggeld. De grootste coup die werd gepleegd op dat gebied was in 1992 door Bill Clinton. Hij wilde graag een debat in de vorm van een town hall meeting. Een vrije debatvorm, waarin de kandidaten werden ondervraagd door het publiek (natuurlijk werd het publiek gescreend en de vragen ook), met minimale moderatie. Clinton excelleerde in deze vorm en, zoals we wellicht allemaal nog kunnen herinneren, Bush de oudere helemaal niet. Hij wilde dat het debat snel over was, en keek in het zicht van de camera op zijn horloge. Dat kostte dus veel punten.


Sindsdien is het debat nog meer dichtgetimmerd door de campagneteams van de kandidaten. Dat betekent niet dat er in de landelijke debatten niet meer wordt gedebatteerd. En ook niet dat er geen fouten meer worden gemaakt. Een goed debater houdt van het debat. Hij luistert naar zijn tegenstander, heeft voeling met het publiek en kan schakelen waar nodig. Zelfs in een overgereguleerd debat kan een goed debater nog punten scoren. Maar dan moet hij niet gaan zuchten bij elke opmerking van zijn opponent (Al Gore), geen slaappillen uitspreken (John Kerry) en geen domme vergelijkingen maken (Dan Quayle).


Die voorverkiezingsdebatten waren grotendeels irrelevant. En er komen er gewoon nog meer, bijvoorbeeld vlak voor Super Tuesday. Maar die landelijke debatten: ik kan er haast niet op wachten.


Historicus Marc van Gestel schrijft sinds 2003 elke werkdag zijn weblog over de Amerikaanse presidentsverkiezingen vol: www.amerikalog.com
26 december 2007 | permalink | 1647 keer bekeken
reactie(s)
  • Ten eerste (Marc of Redactie Eenvandaag); gebruik a.u.b. alineas. Dit leest voor geen meter.
    Ten tweede: debatten bestaan nog wel, maar door de verwerpelijke formatten (YouTube-onzin, of debatleidster die de show wil stelen) wordt het in de kiem gesmoord.
  • @Lezer: Ik heb het zaakje leesbaarder gemaakt.
    Over je "ten tweede": is precies wat ik schrijf: het heet wel debat, maar lijkt er door de doorgedraaide regels vaak niet meer op. We zijn het dus eens. Groet, Marc.
  • Dank voor de alineas :-) Ga zo door, je stukjes zijn van goede kwaliteit.