? Nieuwsbrief
-
Op de kaart
-
EenVandaag bloggers
-
Sander 't Sas
-
Erik van Prooijen
-
Simone Timmer
-
Marijn Duintjer Tebbens
-
Caroline van den Heuvel
-
Jelle Visser
-
Mark de Bruijn
-
Josefin Hoenders
-
Herman Zaalberg
-
Pauline Veen
-
Jan Born
- Sjoerd Fennema
-
Standplaats New York
-
Afghanistan
-
Standort Berlin
-
Gijs Rademaker
-
Johan Boef
-
Kimo Demoed
-
Esther Eikelenboom
-
Joost Blokzijl
-
Gastlog
-
Lammert de Bruin
-
Amerikaanse verkiezingen
-
Wout van Erven
-
Johann de Graaf
-
Weblog Iran
- De Beeldcanon
-
Peking Vandaag
-
Annet Röst
-
Verkiezingen Israël
-
IJsselstein
-
Daan van de Staaij
-
De week van ...
-
Henk van der Aa
-
Weblog Uruzgan
-
Amanda Spoel
-
Channah Durlacher
-
WK Zuid Afrika
-
Bart Hettema
-
Jesse Hoosemans
-
Danielle van Wallinga
Vrij werken in China?
Bijna zitten de Spelen er nu op. Hoe vrij hebben we eigenlijk kunnen werken? Bekijken we China met een andere blik? En zijn de Chinezen er zelf nog iets beter van geworden? De balans van onze ervaringen van drie weken Beijing.
Wees gerust, er volgt geen enorme analyse. Ik ga alleen maar spreken vanuit onze ervaringen hier. De Spelen lijken vanaf het eerste begin vlekkeloos georganiseerd. Ook wij als journalisten konden – zo op het eerste gezicht – vrijuit ons werk doen.
Maar na een tijdje valt het op dat mensen allemaal zeggen dat ‘ze zo blij zijn met de Spelen’, en ‘dat China het zo goed doet’. Dat gaat dieper dan een simpele nationalistische façade. Als je echt openlijk met ons journalisten praat over zaken die ‘ons niet aangaan’, dan krijg je problemen. Niet wij dus, nee: zij.
Zoals de boer op het platteland die mijn collega Simone geïnterviewd werd, en die gelijk door zijn dorpsgenoten apart werd genomen. Ik hoop dat het hem goed gaat. Zoals kunstenaar Sheng Qi, die openlijk kritisch was op zijn land. En zoals de mannen die collega Marijn aanspraken vlak buiten Ri Tan Park, een van de locaties waar tijdens de Spelen gedemonstreerd mocht worden. Maar alle 77 aanvragen bleken ‘na amicaal overleg tussen de partijen en de overheid’ te zijn afgewezen. De twee mannen vertelden dat zodra je kritiek had, alle lagen van de overheid je probeerden te onderdrukken. Dat ze hadden geprobeerd hun recht te halen. En dat ze nu vogelvrij waren.
Nou zou ik China tekort doen door het simpel neer te zetten als een land van angst en terreur – dat is gewoon niet waar. Mensen zijn helemaal niet allemaal bang of ongelukkig. Sterker nog: het verraste ons echt dat bijna iedereen die we vroegen voor de camera te verschijnen, daar graag en met warmte aan meewerkte – en heus niet omdat de overheid ze dat gecommandeerd had. Maar mensen worden voorzichtig zodra het om hun mening gaat, en schuw zodra het gaat over politiek. Dat zijn zaken waar mensen zich niet mee bemoeien. Als je dat niet doet, dan zijn er in Beijing genoeg mogelijkheden voor een heerlijk leven.
En laten we niet vergeten dat het Beijing van nu niet het Beijing is van een jaar terug: de stad heeft zich voor de Spelen een totale make-over aangemeten. Letterlijk: zo reden we vandaag nog langs een flatgebouw, waarbij onze gids vertelde dat er normaal voor alle ramen posters en advertenties hingen, die bewoners er zelf hadden neergehangen. Omdat het aan een grote ringweg ligt moest alle advertenties weg. Wat wij de afgelopen weken zagen verschilt echt van het normale leven in de miljoenenstad.
En wat nu? Wat gebeurt er met Beijing en China nu de Spelen voorbij zijn? Gaan de deuren weer dicht? “Iedereen hoopt eigenlijk dat alles weer bij het oude komt, terug naar het normale leven”, vertellen mensen hier. “Dat de prijzen eindelijk weer gaan zakken. Misschien is er alleen voor de jongere generatie iets veranderd: zij zijn iets opener naar de wereld geworden.”
Ik hoop dat PekingVandaag u als kijker iets heeft laten zien van het leven van de gewone Chinees in de straat. Met hier en daar een kritische blik – maar niet altijd. Het leven van de boer, de winkeleigenaar, de miljonair, de tiener of de dissident. Afgezien van de Olympische sporters en hun supporters natuurlijk. Maar die zijn dadelijk weg, net zoals wij. China blijft.
Door: Gijs Rademaker
|
Volgende

