? Nieuwsbrief
-
Op de kaart
-
EenVandaag bloggers
-
Sander 't Sas
-
Erik van Prooijen
-
Simone Timmer
-
Marijn Duintjer Tebbens
-
Caroline van den Heuvel
-
Jelle Visser
-
Mark de Bruijn
-
Josefin Hoenders
-
Herman Zaalberg
-
Pauline Veen
-
Jan Born
- Sjoerd Fennema
-
Standplaats New York
-
Afghanistan
-
Standort Berlin
-
Gijs Rademaker
-
Johan Boef
-
Kimo Demoed
-
Esther Eikelenboom
-
Joost Blokzijl
-
Gastlog
-
Lammert de Bruin
-
Amerikaanse verkiezingen
-
Wout van Erven
-
Johann de Graaf
-
Weblog Iran
- De Beeldcanon
-
Peking Vandaag
-
Annet Röst
-
Verkiezingen Israël
-
IJsselstein
-
Daan van de Staaij
-
De week van ...
-
Henk van der Aa
-
Weblog Uruzgan
-
Amanda Spoel
-
Channah Durlacher
-
WK Zuid Afrika
-
Bart Hettema
-
Jesse Hoosemans
-
Danielle van Wallinga
De kracht van kleine kiezels
Afgelopen maandag werd de jaarlijkse NPOX-conferentie gehouden. Voor en door mediavakmensen. Stagiaire Marianne Noiman bezocht de conferentie. Hieronder haar verslag:
Op 16 november tijdens NPOX – de mediaconferentie voor de omroepers en journalisten – werd antwoord gegeven op brandende vragen over mediaontwikkelingen. De rode draad van de dag draaide om de vraag: Hoe ziet de toekomst van de media er uit? Veel sprekers hadden het over internet en macht van het publiek, maar ook broodnodige veranderingen in de traditionele media kwamen uitgebreid aan bod.
Keien en kiezels
Charles Leadbeater – onderzoeker bij denktank Demos in Londen – heeft goed opgemerkt dat internetgebruiker meer macht heeft dan we denken. Tijdens zijn lezing ging hij uitgebreid in op de verschillen tussen de mediagiganten en ‘amateur-journalisten’ op internet. Leadbeater maakt het verschil duidelijk aan de hand van een simpel voorbeeld. Hij vergelijkt de kranten en omroepen met grote keien op het strand, terwijl de gebruikers kleine kiezels zijn in de zee van content. Grote hoeveelheden kiezels kunnen de keien bedreigen.
Kracht van het publiek
Publiek heeft veel meer macht dan vroeger, dat wisten we al, maar nu wordt het publiek ook nog eens concurrent. Tegenwoordig kan een Youtube-filmpje wereldwijd veel meer mensen bereiken dan een televisieprogramma. De kijkers zijn niet meer volledig afhankelijk van de traditionele media, ze produceren content zelf en delen het met elkaar waar en wanneer ze het willen. Slimme internetbedrijven spelen daar op in door de gebruikers te voorzien van een platform voor hun creaties. Denk aan YouTube, Wordpress, FaceBook etc. En daar kunnen de omroepen wat van leren. Het gaat al lang niet meer om eenrichtingsverkeer, je moet communiceren en samenwerken met je publiek.
Communicatie met publiek – bedreiging of een kans?
Critici zijn van mening dat je nooit met duizenden kijkers en lezers kunt communiceren en zelfs als je er in slaagt, zal de kwaliteit van het product achteruitgaan. Maar dat hoeft niet, het publiek kan een waardevolle bijdrage leveren. En bovendien door met de kijkers te communiceren, bouw je een relatie op, waardoor ze trouw blijven aan het programma. Stel: Een redactie wil vijf mooie foto’s van de kijkers gebruiken in een reportage, ze krijgen duizenden foto’s toegestuurd, maar maken een selectie, de rest moeten ze teleurstellen. Oplossing: ze vragen kijkers de foto’s te uploaden op een fotosite flickr, picasa, of photobucket, met een specifieke tag. Vervolgens hoeven ze alleen in het programma te verwijzen naar de website waar duizenden foto’s op staan. Resultaat: de redactie heeft geen moeite hoeven doen voor de foto’s en kijkers krijgen de gewilde bezoekers.
Marianne Noiman

